Leerlingenzorg

Mentor:

Alle klassen in de onderbouw hebben een klassenmentor, hij of zij is de eerste contactpersoon voor de ouders. In principe blijft de mentor in klas 1 en 2 bij de klas. In klas 1 heeft iedere klas bovendien nog een aantal hulpmentoren. Dit zijn leerlingen uit de bovenbouw die functioneren als vraagbaak voor de leerlingen, maar die ook kunnen meehelpen met het organiseren van klassenactiviteiten.
In leerjaar 1 zijn er mentorlessen met soms individuele gesprekken en soms groepsgesprekken Daarnaast zijn er studielessen waarin wordt gewerkt aan het leren van studiegewoontes. In de bovenbouw bestaat het groepsmentoraat, waarbij een docent zich ontfermt over ca. 15 leerlingen uit diverse clusters.

Teams:

De teamleider, de leerlingcoördinator en de mentoren van elk leerjaar overleggen regelmatig met elkaar. Zij bespreken de klassensituaties en waar nodig individuele leerlingen. Ook kijken zij welke studievaardigheden er behandeld worden.

Zorgteam:

Indien een leerling, om welke reden dan ook, meer zorg nodig heeft, bespreekt de teamleider deze leerling in het zorgteam. Dit zorgteam bestaat uit de teamleiders en de counselors, eventueel aangevuld met andere deskundigen (begeleiders Autistisch Spectrum, zorgcoördinator, faalangst, dyslexie). Het zorgteam overlegt regelmatig met externe deskundigen (ZAT) en werkt nauw samen met het regionale samenwerkingsverband (PasVorm). In overleg met de ouders kan er verdere begeleiding intern of extern plaatsvinden.

Dyslexie:

In het eerste trimester vindt er een dyslexiescreening plaats. Indien de resultaten hiertoe aanleiding geven, wordt deze test gevolgd door een uitgebreidere test waarna, indien nodig, vervolgtraject wordt afgesproken.

Begaafdheidstest:

In oktober maken de leerlingen een begaafdheids- en motivatietest
(CBO). Er wordt dan gekeken naar intelligentie en motivatie. Deze test wordt in klas 3 herhaald om de voortgang te meten.

Faalangst:

Aan het eind van klas 1 worden alle leerlingen getest op faalangst. Afhankelijk van de uitkomst hiervan, kan er in klas 2 gestart worden met faalangstreductietraining (FRT).